Lezing Bogdan Bashtovy te Kiev (lezing op de Oekraïne dag in Utrecht op 17 oktober 2009)

Lezing van Bogdan Bashtovy (adjunct directeur van Kinderhuis 12 te Kiev

(gehouden op de Oekraïne dag in Utrecht 17 oktober 2009)

 

Allereerst wil ik het Platform Nederland-Oekraïne bedanken voor hun uitnodiging om te spreken op deze bijeenkomst. Het is mij een grote eer het podium te delen met zulke belangrijke personen en ons werk te kunnen presenteren voor zulke gerespecteerde toehoorders

 

Ik sta hier als vertegenwoordiger van een weeshuis voor kinderen met een lichte mentale beperking in de leeftijd van 7-16 jaar, een van de velen in ons land. Volgens de oude traditie uit de Sovjet periode heeft het weeshuis geen naam, maar een nummer: weeshuis nr 12 in Kiev

 

Al enige tijd geleden werd onderkend dat in Oekraïne het systeem van weeshuizen hervormd moest worden. President Joesjtsjenko, wiens familie persoonlijk al lang voor hij tot president verkozen werd weeskinderen ondersteunde, was in 2004 de eerste nationale leider die er publiekelijk over sprak. Maar het duurde nog twee jaar, voordat de Oekraïense overheid op 17 oktober 2007 toestemming gaf voor een landelijk programma tot hervorming van het systeem van weeshuizen. Dit programma omvat vier stappen, kost 584 miljoen grivna (ongeveer 48 miljoen euro) en moet in 2017 voltooid zijn.

 

Weeshuis nr. 12 besloot in 2005 tot haar eigen, zeer unieke, hervorming. Het werd in 2006 geïmplementeerd en heeft de staat niets gekost. Ik ben er trots op dat ik kan zeggen dat in de laatste drie jaar ons weeshuis een van de beste, zo niet het allerbeste instituut van zijn soort is in Oekraïne, niet alleen vanuit het oogpunt van de lokale en internationale experts op het gebied van zorg voor kinderen, maar -wat nog belangrijker is- vanuit het oogpunt van de kinderen die het ongeluk hebben te moeten opgroeien zonder familie. Natuurlijk kan ik niet zeggen dat de kinderen in ons tehuis nu gelukkig zijn; een kind kan immers nooit echt gelukkig zijn wanneer het ver van zijn of haar familie moet leven; maar ik kan wel met zekerheid zeggen dat de omstandigheden waaronder de kinderen in weeshuis nr. 12 leven, zo veel als mogelijk is in een staatsinrichting, een huiselijke situatie benaderen. Dit is mogelijk geworden door de goede wil en de onvermoeibare inzet van gewone mensen in Oekraïne en Nederland. Want het zijn niet de presidenten of ministers die veranderingen doorvoeren. Dat doen mensen als u en ik.

 

Wat is er nu precies gebeurd en hoe heeft dit het leven van de kinderen veranderd?

 Net als de meeste weeshuizen in Oekraïne heeft ook weeshuis nr. 12 humanitaire hulp ontvangen van buitenlandse organisaties. Maar we realiseerden ons dat kinderen meer nodig hebben dan kleren en speelgoed. Dus toen Stichting Oekraïne Kiev Utrecht voorstelde om het beleid van het tehuis te veranderen, stemden mijn collega's en ik daar direct mee in. We vormden een team, bestaande uit groepsleiders, onderwijzers en therapeuten dat de zorg voor kinderen in Nederland ging bekijken om te zien wat van nut zou kunnen zijn voor onze kinderen. De groep bekeek ook de ervaringen in andere landen en andere instituten zoals weeshuis nr. 8 in Moskou. Het team bezocht in 2004 Stichting Kompaan, een instelling voor kinder- en jeugdzorg in Goirle

 

Ik herinner me van dit eerste bezoek dat we allemaal dachten: 'Oh nee. We hebben er het geld niet voor om het ook zo te doen. We kunnen ons dit niet veroorloven'. Maar al heel gauw realiseerden we ons dat belangrijke veranderingen helemaal niets kosten. Het zijn veranderingen in ons denken, in onze mentaliteit, in de manier waarop we de dingen doen. Tegelijkertijd is dit het moeilijkste om te veranderen. Toch is het ons gelukt met hulp van onze collega's van Kompaan.

 

We wisten dat Nederlanders aardig en gastvrij waren, maar we hadden zeker niet verwacht dat onze collega's zo open, enthousiast en professioneel waren en zo bereid ons te helpen. Ze vertelden ons over methoden die gebruikt worden in de kinder- en jeugdzorg in Nederland, beantwoordden onze vragen en luisterden naar onze verhalen om zich een beeld te vormen van de situatie in ons tehuis. Een half jaar later kwamen ze bij ons op bezoek in Kiev om de lokale omstandigheden en omgeving met eigen ogen te zien. Na deze eerste uitwisseling ontwikkelden de twee organisaties, het weeshuis in Kiev en stichting Kompaan, een drie-jaren-werkplan om drie medewerkers van weeshuis nr. 12 te trainen die op hun beurt de andere medewerkers in het tehuis konden trainen. Door verder te kijken dan de culturele, historische en economische verschillen tussen Nederland en Oekraïne, ontdekten we dat het mogelijk was veel veranderingen in ons internaat door te voeren die het leven van de kinderen zouden verbeteren zonder dat dat geld zou kosten. Enkele hiervan waren:

·         meer individueel werken met de kinderen

·         de competenties van de kinderen vergroten

·         ouders en familie meer betrekken bij het leven van de kinderen

·         de kinderen meer betrekken bij het leven in het weeshuis

·         de rechten van de kinderen

 

 

Ik zal niet verder ingaan op eerste twee punten, maar wil wel stilstaan bij het werken met ouders. Degenen die bekend zijn met het systeem van weeshuizen in Oekraïne weten dat de meeste kinderen in Oekraïense weeshuizen, ongeveer 70%, geen echte wezen zijn. Dat betekent dat hun biologische ouders in leven zijn, maar dat ze of hun kinderen verlaten hebben, of uit de ouderlijke macht ontzet zijn vanwege alcoholisme of drugsgebruik, of niet voor hun kinderen kunnen zorgen doordat ze gevangen zitten, psychiatrische problemen hebben of om andere redenen

 

Net als de meeste weeshuizen, wilde weeshuis nr. 12 die ouders niet op hun terrein zien. Toen een van de medewerkers van Kompaan verbaasd reageerde op het feit dat ons tehuis niet met ouders werkte zei de directrice: 'Maar je begrijpt het niet. Onze kinderen hebben geen ouders'. Wel, alle kinderen hebben ouders. We moesten hier aan herinnerd worden. We moesten er ook aan herinnerd worden dat we onze ouders niet kunnen kiezen en dat de band tussen kind en ouders niet verbroken kan worden Zo hielpen onze Nederlandse collega's ons om een behoefte van onze kinderen te zien, waar we eigenlijk nooit over hadden nagedacht: de behoefte om de relatie met hun ouders te behouden. Om aan deze behoefte tegemoet te komen richtten we in 2005 een speciale bezoekruimte in, waar ouders en familieleden met hun kind een-op-een tijd konden doorbrengen, in plaats van buiten het gebouw te moeten wachten. De medewerkers moesten ook hun houding tegenover de ouders van de kinderen veranderen, leren om hen niet te veroordelen en om het privéleven van de kinderen te respecteren

 

Pas toen de medewerkers zich bewust werden van de noodzaak om de privacy van een kind en zijn of haar verleden te respecteren, vonden de grootste veranderingen plaats. Met hulp van OeKU en enkele andere sponsoren reorganiseerden we het weeshuis totaal en maakten vijf onafhankelijke leefgroepen. In plaats van één groot instituut voor 60 kinderen vormden we autonome groepen van 12 kinderen. Iedere groep heeft op een eigen verdieping een appartement met kamers voor een of twee kinderen, een keuken, een grote woonkamer, toiletten en douches. De groepen werden samengesteld uit kinderen van verschillende leeftijden, wat de mogelijkheid bood om broertjes en zusjes samen in een groep te laten wonen. Elke groep heeft een eigen voordeurbel, telefoon, alles wat je doorgaans in een gewoon huis ziet. Voor de eerste keer hadden kinderen de mogelijkheid om te telefoneren met vrienden en familie. Voor de eerste keer hadden ze hun eigen kamer, waar ze hun eigen spulletjes kwijt konden, waar ze huiswerk konden maken of een dutje doen.

 

Voor de eerste keer konden ze gebruik maken van de keuken om thee te zetten en te ontbijten, in plaats van hiervoor naar de eetzaal van het weeshuis te moeten gaan In plaats van het verplichte dagschema dat voor alle kinderen gold, kregen ze nu meer persoonlijke vrijheid en een kans hun eigen keuzes te maken. In plaats van vooral gezamenlijke activiteiten - groepsgewijs naar buiten, groepsgewijs huiswerk maken, groepsgewijs een concert voorbereiden enz. - konden ze nu al deze dingen individueel doen, op hun eigen tempo. Moesten de kinderen zich voorheen aanpassen aan het ritme, de eisen en de verwachtingen van het weeshuis, nu moest het weeshuis zich leren aan te passen aan het individuele ritme van het kind, aan zijn of haar mogelijkheden en tegemoet komen aan zijn of haar persoonlijke behoeften. De uitdrukking zegt 'door de bomen het bos niet meer zien', jaren achtereen zagen wij door het bos de bomen niet meer. We zagen een groep, maar zagen de afzonderlijke kinderen niet meer, met hun eigen, unieke karakter, hun eigen mogelijkheden en behoeften. We zochten nooit naar de balans tussen de mogelijkheden van het individuele kind en de verwachtingen die wij van hem hadden. En we zijn onze collega's van Kompaan dankbaar dat ze ons het belang hiervan hebben doen inzien.

 

 De belangrijkste verandering evenwel was volgens mij de verandering in attitude van de medewerkers. Je kunt voor weeskinderen de meest mooie leefomgeving creëren, maar wanneer een liefhebbende en professionele (wanneer we over instituten spreken) volwassene ontbreekt, zal dit geen groot verschil maken in het leven van het kind. Het veranderen van onze manier van omgaan met kinderen is veel moeilijker het kopen van nieuwe meubels of het installeren van een keukenblok. Jarenlang hebben medewerkers van een weeshuis op dezelfde manier gewerkt. Er werd van hen verwacht dat ze voortdurend toezicht hielden op hun groep kinderen. Stel je voor dat je ouders je nooit uit het oog verliezen tot je een jaar of 16 of 18 bent. Ik kan me dat niet voorstellen. Dat is ook de reden dat kinderen weglopen uit weeshuizen. Voor 2006 hadden we ongeveer 5-6 weglopers per jaar. Sinds 2006 geen enkele

 

Nu werd er van de medewerkers verwacht dat ze een balans vonden tussen de verwachtingen die ze van de kinderen hadden en de individuele mogelijkheden van het kind. Er werd van hen verwacht dat ze ieder kind als individu respecteerden en het dagschema voor het kind afstemden op zijn of haar behoeften, mogelijkheden en voorkeuren

Een moeilijk onderdeel van de attitudeverandering was voor de medewerkers dat van hen gevraagd werd de ouders van de kinderen niet te veroordelen. De meeste medewerkers zijn vrouw en ook moeder en vaak kunnen ze het niet helpen dat ze de moeders die hun kinderen in de steek lieten, verwaarloosden of misbruikten, veroordeelden. De medewerkers vragen niet slecht te praten over de ouders en vooral, hen met de kinderen in contact te laten komen, was een moeilijke opdracht

De collega's van Kompaan hebben ons ook geholpen de kinderen te betrekken bij beslissingen in het tehuis. We waren zeer verrast een bijeenkomst bij te wonen waarin cliënten van Kompaan de staf trainden. Wat kan een kind een volwassene nu leren? En wat bleek: HEEL VEEL

We moeten leren luisteren en horen. Na enige tijd realiseerden we ons dat we allemaal door de staat ingehuurd worden om tegemoet te komen aan de behoeften van ieder individueel kind en dat ieder kind het recht heeft te zeggen wat het wel en niet leuk vindt aan het wonen in het weeshuis en wat er verbeterd kan worden. Vanaf 2006 wordt bij elk project aan de kinderen gevraagd wat ze er van vinden

 

Het kostte heel wat training en overleg om de medewerkers te helpen hun manier van doen te veranderen. Cruciaal hierin was de rol van de collega's van Kompaan. Ze vertelden ons niet wat we moesten doen, bekritiseerden ons niet, maar deelden hun kennis en ervaring met ons, brainstormden met ons, spraken ons moed in en inspireerden ons.

 

Een belangrijke vaardigheid die we van hen leerden was positief te denken. Ze leerden ons te kijken naar het positieve i.p.v. van het negatieve. Zowel bij de kinderen als bij onszelf. We proberen nu te kijken naar wat een kind KAN en dat te bevestigen i.p.v. de nadruk te leggen op zijn zwakke punten en daarop onze verwachtingen te baseren. Wanneer onze Nederlandse vrienden naar Kiev komen willen ze niet horen wat er fout is gegaan sinds hun laatste bezoek, maar wat er goed is gegaan. En wij beseffen dat er goede dingen gebeurd zijn, ook al zien we ze niet altijd.

 

Sinds 2005 zijn er verschillende groepen van Kompaan in Kiev geweest. Naast de training die ze gaven hielpen ze ons de veranderingen die plaats gevonden hadden te evalueren. Als buitenstaanders zagen zij de veranderingen elke keer dat ze kwamen en hun advies en indrukken waren een steun voor de medewerkers van het weeshuis.

 

Ik kan nog wel uren doorgaan met vertellen over de veranderingen die plaats vinden in Oekraïne en mijn weeshuis, maar voor ik stop wil ik nog zeggen dat de belangrijkste les die we van onze Nederlandse collega 's geleerd hebben is dat veranderen een immer doorgaand proces is. De veranderingen eindigen niet in 2010 of in 2017. Men moet altijd verder kijken dan de grenzen van een tehuis om nieuwe wegen en methodes te zien om te streven naar verbetering, vooral wanneer het om werken met kinderen gaat. Zoals een van de kinderen van een instituut zei: 'jouw werk is mijn leven'. Voor ons is het werk, maar het beïnvloedt het leven van een ander. En we veranderen niet omwille van de verandering. We voeren veranderingen door om het leven van de kinderen van weeshuis nr. 12 in Kiev te verbeteren. Ik ken de kinderen en ik zie elke dag weer dat hun leven veel gemakkelijker is geworden en dat is de grootste beloning voor de wederzijdse inspanningen van de afgelopen jaren. We hebben voor de doorgevoerde veranderingen complimenten gekregen van hoge officials, de massamedia en experts op het gebied van kinder- en jeugdzorg, maar het meest belangrijk is het oordeel van onze kinderen. Toen alle kinderen, op één na, in een enquête unaniem aangaven dat hun leven prettiger en gemakkelijker is geworden, wisten we dat het doel bereikt hadden.

 

Namens al mijn collega's van weeshuis nr. 12 en vooral namens de kinderen, wier leven zo veel beter is geworden, wil ik onze vrienden van Stichting Kompaan, OeKU en allen die kinderen in mijn land helpen, bedanken.

Aanvullende gegevens